Orde en chaos
- 19 apr
- 2 minuten om te lezen
Ik ben een ordelijk mens. Dingen hebben een plek. Er zit structuur in mijn papieren. En een pas gedweilde vloer kan me vrolijk stemmen. Ik kom uit een georganiseerd huishouden. Zowel mijn vader als mijn moeder zijn ordelijke, gestructureerde mensen. In vergelijking met hen zou je mij zelfs een beetje wanordelijk kunnen noemen.
Ik leef in een huis met mensen die je ook best een beetje wanordelijk zou kunnen noemen. Maar in vergelijking met mij dan. Hun dingen hebben geen plek. Er zit geen structuur in hun papierwerk. Propere vloeren zijn nooit hun prioriteit.
Op de meeste dagen bedek ik die wanorde met de mantel der liefde. Ik ruim wat op, hou structuur in hun papierwerk en hou de boel voor iedereen proper.
Op sommige dagen maakt het me gek.
Vandaag bijvoorbeeld. Ik zoek de schaar. De schaar heeft een plek. Ze ligt in de schuif in de keuken. Maar ze ligt daar niet. Ik heb de schaar wel nodig, nu. Nukkig kijk ik rond. Ik zoek op plaatsen die in het verleden al een vindplaats van verloren spullen bleken te zijn. Geen succes. Ik vloek. Ik mompel over hoe ik hier in huis geen hulp krijg om alles proper te houden. Hoe ik hier meid van iedereen ben. Hoe weinig rekening ze met me houden. Ik word bozer met de minuut. De schaar blijft spoorloos.
Ik stap het terras op om even af te koelen. De mussen fluiten vrolijk. De lente laat de eerste tuinplanten prachtig bloeien. Een briesje blaast de zoete vanillegeur van de klimplant op de schuur in mijn neus. Ik wandel er naartoe om hem te bewonderen. In mijn ooghoek glinstert de schaar in de zon, naast het bolletje touw dat ik gisteren gebruikte om wat bloemen op te binden.
Opmerkingen