Kortverhaal 7
- 16 apr
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 22 apr
Een gezonde geest in een gezond lichaam. Het is een spreuk die al honderden jaren het advies is voor een gelukkig leven. Onze gezondheid is een dierbaar goed. Terecht.
Maar ik hoor nu niet meer bij die groep, de groep van de gezonde mensen. Ik ben een van de sjarels die erin geslaagd is om, onze moderne geneeskunde en uitgebreide kennis ten spijt, ziek te worden. Ik wou dat ik kon zeggen hoe ik het gedaan heb, zodat ik anderen tenminste van hetzelfde lot zou kunnen vrijwaren. Maar helaas, ook dat kan ik blijkbaar niet.
Vrienden zeggen dat ik een slecht lotje getrokken heb. Dat het gewoon brute pech is. Ik wil hen graag geloven. Maar dan lees ik de krant en bekruipt het gevoel me toch dat dit mijn eigen domme fout is. Dat ik beter had moeten weten. Dat ik nu profiteer van een systeem dat al onder genoeg druk staat door andere profiteurs. Dat ik me er gewoon over moet zetten en verder moet doen, ook al kan ik dat fysiek misschien niet. Dat is maar een brein-dingetje, iets wat ik mezelf wil wijsmaken om me nog meer te kunnen wentelen in mijn slachtofferrol. Dat is wat ik in de krant lees.
Ik sluit de krant en trek mijn sportschoenen aan. Twee keer per week trek ik namelijk, een beetje tegen mijn goesting, naar de sportschool. Ik ben lid van zo’n sportschool waar nog meer mensen komen sporten die eigenlijk een beetje met tegenzin komen. Mensen die weten, of beter lazen in de krant, dat het belangrijk is om te sporten, maar er zelf niet zozeer veel plezier aan beleven. We zijn met best wel wat mensen. Het zijn stuk voor stuk vriendelijke mensen. Ik trek hier geen conclusies, ik merk het gewoon op. We keuvelen tussen het sporten door over wat we lazen in de krant, terwijl een lieve sportcoach, zo iemand die wel graag sport, ons probeert aan te moedigen. Allemaal lieve mensen.
Het gaat alweer beter.
Opmerkingen