Kortverhaal 4
- 13 apr
- 1 minuten om te lezen
Op de achtergrond zoemt de wasmachine. Ik tik op mijn toetsenbord, maar weet niet goed wat ik doe. Door de kier van het schuifraam glijdt een bries naar binnen. In de tuin naast ons hoor ik het vrolijke getsjilp van de mussenfamilie die in de haagbeuk woont. Het huis staat al jaren leeg. Sinds kort woont Fons de fazant er ook.
De lente staat voor de deur. De tijd van opnieuw beginnen. Normaal grijp ik de eerste kans om naar buiten te gaan, maar nu doet het me weinig.
De laatste dagen ben ik vooral op mezelf. Ik leef in mijn hoofd. Ik voel me overweldigd, terwijl ik het gevoel heb amper iets te doen. Ik loop achter op alles wat telt en verder dan een paar uur vooruitkijken lukt niet. Ik kan moeilijk benoemen waarom ik me zo voel. Behalve alles overdenken gebeurt er deze dagen weinig.
Ize heeft geen school vandaag. De oude ik had de dag gevuld met gezelligheid: samen gaan ontbijten, of lunchen, als we te lang in onze pyjama’s voor tv bleven hangen. Misschien een tripje naar de tweedehandswinkel of een creatief projectje. Maar het werd niets. Ik ben niet meer die gezellige vrouw.
Ze kruipt op mijn schoot. Mijn grote kleine meid. Elf, en al best lang voor haar leeftijd. Ze legt mijn armen rond haar en nestelt zich tegen mijn borst. Haar hoofd tegen het mijne. Een klein, gelukkig zuchtje. En ik ben weer even hier.
Opmerkingen