Kortverhaal 2
- 12 apr
- 3 minuten om te lezen
Ik zit in de wachtzaal in het ziekenhuis. Deze keer geen heftig onderzoek, denk ik, maar een gewone controle bij de gynaecoloog. Zoals bij normale mensen.
Vriendelijk groet ik de andere mensen in de wachtzaal. Ik vind het fijn dat ik in een omgeving woon waarin mensen elkaar nog groeten. Een kort knikje en een glimlach volstaan om elkaar wat erkenning te geven.
Ik neem mijn kleine notitieblok uit mijn handtas en een potlood. Sinds ik ziek ben, probeer ik minder te scrollen op mijn telefoon. Het is de doodsteek voor je zelfvertrouwen, en dat staat nu al genoeg onder druk. Bovendien teken ik graag. Ik las ergens dat creatief bezig zijn je brein voldoende bezighoudt om niet te beginnen piekeren, en dat klopt voor mij. Sommige mensen krijgen diezelfde toestand door te sporten - Tom bijvoorbeeld - maar bij mij werkt dat averechts. Het zou te maken kunnen hebben met een verschil in lichamelijke capaciteiten, denk ik, maar misschien ook niet.
Ik teken de bloem van het behang dat ophangt in de wachtzaal. Ik ben best tevreden over het resultaat.
Wanneer ik opkijk, zie ik mijn vertrouwde gynaecoloog naar me toe stappen. Met een vriendelijke glimlach nodigt hij me uit om mee te gaan. Aan de deur staat een jonge arts in opleiding. Hij vraagt me vriendelijk of hij het consult mag bijwonen. Ik knik vriendelijk van ja en denk tegelijk sarcastisch, joepie, een extra toeschouwer…
Het is de eerste keer sinds mijn MS-diagnose dat ik hier terug ben. Hij vraagt me hoe het gaat, of alles rustig is. Ik glimlach en antwoord sociaal wenselijk. Hij knikt en zegt dat hij de afgelopen gebeurtenissen heeft gelezen in mijn dossier. Hij vraagt of ik al terug aan het werk ben, deeltijds weliswaar. Mijn maag zakt in mijn schoenen. De vraag is goed bedoeld, maar bij mij ontlokt ze een instant schuldgevoel. Ik wil uitleggen hoezeer ik hier mee worstel, maar dit is niet het moment, en ik vermoed dat hij er ook niet echt tijd voor heeft.
Ik kleed me uit achter het gordijn in de hoek van de kamer. Hoe vreemd is dat eigenlijk, denk ik. Straks kijkt hij recht ín mijn vulva en betast hij mijn borsten, maar ik kleed me wel uit achter een lapje stof. Terwijl ik dat doe, flitst het nieuwsbericht van elke maanden geleden door mijn hoofd waarbij een student gynaecologie een medestudente aanrandde. Ik schud het van me af en ga naar de onderzoekstafel.
Wat nu volgt, hoef ik niet te beschrijven. Het is routine, met de zachtste hand en grootste professionaliteit uitgevoerd, maar het blijft een zeer invasieve gebeurtenis. Zeker wanneer ze met twee kijken.
Maar goed nieuws: alles is in orde. Hij vindt het wel aangewezen om al te starten aan regelmatige borstonderzoeken in de borstkliniek. Niet omdat MS mijn kans op kanker verhoogt, maar omdat mijn afweer door de medicatie zo laag staat. Beter voorzichtig zijn dus. Ik ben blij dat hij mijn waakzaamheid deelt.
Terug aangekleed ronden we het consult af. Ik kom best wel graag naar mijn gynaecoloog. Het is een correcte, zachte, ietwat rare man. Hij heeft me geholpen om mijn twee kinderen op de wereld te zetten en daarvoor zal ik hem altijd zeer dankbaar zijn. Hij lijkt ook nooit te oordelen over wat ik zeg, dat waardeer ik ook. Misschien hoort hij het ook niet altijd.
Vlak voor ik vertrek zegt hij me dat het vast niet gemakkelijk is, maar dat hij denkt dat ik wel sterk genoeg ben om het aan te kunnen. Dat is lief, denk ik, maar ook niet waar.
Opmerkingen